LymeNet Nederland
Informatie over de ziekte van Lyme
home > informatie > huidige pagina

Diagnose ziekte van Lyme

Informatie over de diagnose van de ziekte van Lyme, de noodzaak van uitgebreid onderzoek, de waarde van de lymetesten.

Uitgebreid onderzoek

De diagnose van de ziekte van Lyme moet gebaseerd zijn op de ziektegeschiedenis, symptomen en resultaten van onderzoeken. Meestal voert men ook testen uit, voornamelijk van het bloed. Deze testen moeten gebruikt worden ter ondersteuning van de diagnose. Helaas baseert men zich in Nederland juist heel sterk op deze testen, terwijl ze vaak ten onrechte negatief zijn.

Behalve het testen van bloed wordt ook wel cerebrospinaal vocht (hersenvocht) getest op o.a. antistoffen. Hiervoor moet een lumbaalpunctie (ruggenprik) worden gedaan. Dit wordt met name gedaan bij een vermoeden van neuroborreliose (Aandoeningen van het zenuwstelsel door Borrelia). Bij deze tests is de kans nog groter dat de uitslag negatief is terwijl men wel is geïnfecteerd.

Let op! Een negatieve test sluit de ziekte van Lyme niet uit. Ook is een positieve uitslag op zichzelf geen bewijs van de ziekte van Lyme. De resultaten van de testen moeten in combinatie met de andere informatie (ziektegeschiedenis, symptomen, e.d.) beoordeeld worden.

Er moet nagegaan worden of iemand een tekenbeet had, een rode uitslag (erythema migrans), en of de klachten daarna zijn ontstaan. Ook wordt de diagnose aannemelijker als andere ziekten zijn uitgesloten. De ziekte van Lyme kan diverse symptomen veroorzaken, maar de meeste daarvan zijn niet specifiek, ze komen ook bij andere ziekten voor. Wel maakt diversiteit van symptomen de ziekte van Lyme aannemelijker. De checklist kan gebruikt worden ter ondersteuning van de diagnostiek.

Let op! Als er na een tekenbeet een erythema migrans (meestal ringvormig, zich uitbreidende, rode uitslag) ontstaat, dan is dat bewijs voor een infectie; daarom moet men dan gelijk een antibioticumbehandeling krijgen. Er moet dus ook geen tijd worden verspild aan bloedonderzoeken. Hoe langer men wacht met behandelen, hoe moeilijker het is om te genezen.

Lyme testen

Als iemand wordt geïnfecteerd met de Lyme-bacterie, dan maakt het immuunsysteem antilichamen aan om de bacteriën te bestrijden. Met sommige testen probeert men deze antilichamen tegen de Lyme-bacterie aan te tonen.

Er zijn twee typen antilichamen waarop men test: IgM en IgG. IgM wordt door het lichaam als eerste aangemaakt en daarna IgG. Het duurt enige weken voordat er genoeg antilichamen zijn aangemaakt om aan te kunnen tonen. IgM verdwijnt meestal weer na enige maanden, maar kan ook aanwezig blijven als de bacteriën aanwezig blijven. IgG kan jaren in het lichaam blijven, ook nadat de bacterie uit het lichaam is.

Let op! De antilichamen beschermen niet of niet voldoende tegen een volgende infectie met Lyme-bacteriën. Als men dus genezen is, en opnieuw wordt geïnfecteerd, dan kan men opnieuw ziek worden. Men wordt dus niet immuun!

ELISA en Western Blot

De meest gebruikte testen bij de ziekte van Lyme zijn de ELISA en de Western Blot, waarbij zowel op IgM als IgG wordt getest. De ELISA toont alleen antilichamen aan, de Western Blot laat ook zien wélke antilichamen aanwezig zijn.

Bij de Western Blot wordt een strook gebruikt waarop banden (strepen) ontstaan: wb-banden. Deze banden staan voor de verschillende antilichamen; ze worden uitgedrukt in getallen: bijv. p34, p39, p41 of ook wel 34kDa, 39kDa, 41kDa.

Sommige van deze banden zijn specifiek voor de Lyme-bacterie, maar andere zijn aspecifiek, want die kunnen ook door antilichamen tegen iets anders dan de Lyme-bacterie ontstaan.

Het gaat in Nederland meestal als volgt: Men test eerst met de ELISA-test en alleen als deze positief is, dan test men daarna met de Western blot. Als de ELISA positief is, maar de Western blot is negatief, dan telt de uitslag van de Western blot.

Men zou altijd de Western Blot moeten doen, ook als de ELISA negatief is. Soms hebben mensen een negatieve ELISA, terwijl de Western Blot toch positief is! Ook zou een lab bij de Western Blot altijd volledig moeten weergeven welke banden zijn ontstaan.


Versie: 2014