LymeNet Nederland
Informatie over de ziekte van Lyme
home > informatie > huidige pagina

Informatie over teken

Deze pagina biedt informatie over teken in het algemeen en de teek Ixodes ricinus in het bijzonder, en de rol die teken spelen bij de ziekte van Lyme.

Wat zijn teken?

Teken zijn geclassificeerd als geleedpotigen (Arthropoda), een biologische stam van ongewervelde dieren met poten met gewrichten, een gesegmenteerd lichaam, en een uitwendig skelet. Binnen deze stam horen teken bij de klasse van spinachtigen (Arachnida), een klasse waartoe spinnen en mijten ook behoren, maar insecten (Insecta) niet.

Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Arachnida (Spinachtigen)
Orde: Acarina

Teek Ixodes ricinus
Teek Ixodes ricinus

Hoe herken je een teek?

Op het eerste gezicht ziet een teek eruit als een insect, maar teken zijn geen insecten. Er zijn een aantal kenmerkende verschillen. Een teek kan je herkennen aan het aantal poten (let wel: volwassen teken hebben er acht, echter een tekenlarve heeft er nog slechts zes), het aantal lichaamssegmenten (delen) en het steekorgaan op de kop van de teek. De drie belangrijkste verschillen tussen insecten en teken zijn:

• Insecten hebben drie lichaamssegmenten, maar teken hebben er twee.
• Volwassen insecten hebben zes poten, maar volwassen teken hebben er acht.
• Insecten hebben vleugels en antennes, maar teken hebben die niet.

Teek Ixodes ricinus
Teek Ixodes ricinus: vrouwtjesteek

Hoeveel soorten teken zijn er?

Ongeveer 820 soorten teken zijn er wereldwijd geïdentificeerd. Hiervan zijn er 100 in staat om pathogenen zoals bacteriën, virussen en protozoa, en sommige ook giffen, over te brengen op mensen. In Nederland gaat het vrijwel altijd om de soort Ixodes ricinus.

Teken worden onderverdeeld in twee categorieën: harde teken, welke een geheel of gedeeltelijk schild over hun rug hebben; en zachte teken, welke geen schild hebben. Tussen de verschillende soorten zitten verschillen wat betreft levensduur, levensomgeving, en vermogen om pathogenen (ziekteverwekkers) over te dragen op dieren. Er zijn ongeveer 650 verschillende harde teken, en 170 verschillende zachte teken.

Levenscyclus van de teek

Teken hebben vier levensstadia: ei, larve, nimf, en adult. De larve, nimf, en adult (mannetje en vrouwtje) zijn de actieve stadia waarbij een teek in staat kan zijn om infecties te verspreiden.

Teek Ixodes ricinus: larve – nimf – mannetje – vrouwtje
Teek Ixodes ricinus: larve – nimf – mannetje – vrouwtje (foto: Fedor Gassner)

Op bovenstaande foto is te zien hoe klein teken in de larve en de nimf stadia zijn! Zelfs in het volwassen stadium zijn teken slechts enkele millimeters groot. Verder is te zien dat de teek in larve stadium 6 poten heeft, terwijl de teek in nimf- en adultstadium 8 poten heeft.

Een teek verandert van het ene actieve stadium naar het andere actieve stadium door vervelling, wat inhoud dat de teek het oude skelet afwerpt en een nieuwe ontwikkelt die past bij de nieuwe lichaamsstructuur van de teek. Het vervellen vind plaats direct nadat de teek zich heeft gevoed en duurt meestal een paar dagen. De gehele levenscyclus van een teek duurt gemiddeld 2 jaar, maar kan ook slechts 1 jaar tot wel 3 jaar duren, afhankelijk van de beschikbaarheid van voedsel.

  1. Ei: De levenscyclus van de teek begint met een eitjes leggende vrouwtjesteek, die ze op één hoop of in verschillende groepjes legt.
  2. Larve: De larve die uit het ei komt, heeft zes poten en nog geen geslachtskenmerken; toekomstige mannetjes kunnen niet onderscheiden worden van toekomstige vrouwtjes. Een tekenlarve is kleiner dan een millimeter, maar wordt driemaal zo groot wanneer hij zich voedt. Na een bloedmaaltijd vervelt de tekenlarve tot een tekennimf.
  3. Nimf: De nimf heeft acht poten en nog steeds geen geslachtskenmerken. Een nimf is ongeveer 1 á 1,5 millimeter in afmeting. Na een bloedmaaltijd vervelt de nimf tot een adult.
  4. Adult: Adult is het volwassen stadium. Volwassen mannetjes en vrouwtjes teken hebben acht poten en zijn van elkaar te onderscheiden. Ze zijn ongeveer 3 tot 5 millimeter in afmeting. Alleen het vrouwtje is wel een 1 cm groot nadat ze zich heeft gevoed. De teek voedt voor zo’n 7 dagen, en paart daarna. Het vrouwtje legt daarna eitjes en gaat kort daarna dood.

Teken: larve en volgezogen vrouwtjesteek
Teek Ixodes ricinus: larve - volgezogen vrouwtjes teek (Foto: scarabaeus)

Op bovenstaande foto is links een teek in larve stadium en rechts een volgezogen vrouwtjes teek te zien. Een enorm verschil in grootte! Alleen vrouwtjesteken nemen bij hun laatste bloedmaaltijd zo enorm in volume toe. Hierna leggen ze duizenden eitjes.

Hoe de teken zich voeden

Als parasieten zijn teken voor hun voeding volledig afhankelijk van de bloed- en weefsel vloeistof van een gastheer, wat een mens, een huisdier, of een wild dier kan zijn, waaronder zoogdieren, vogels en reptielen. Teken bevinden zich in bossen, duinen maar ook vaak in tuinen. Teken gedijen in een vochtige omgeving en leven gewoonlijk in de nabijheid van potentiële gastheren.

Teken klimmen in grassen, struiken en kreupelhout en wachten tot een gastheer vlak langs komt en grijpen zich daaraan vast. Ze detecteren hun potentiële gastheer door de uitgestraalde lichaamswarmte, uitstoot van kooldioxide en wellicht ook door geuren. Een teek blijft gewoonlijk lager dan een meter boven de grond en kan niet springen of vliegen. Dat een teek zich uit een boom laat vallen als een gastheer langskomt, is waarschijnlijk een misvatting.

De meeste teken voeden zich bij voorkeur niet op mensen, maar op herten, muizen, eekhoorns, en vogels. De larven en nimfen vaak op kleine zoogdieren, en de volwassen teken vaak op grotere zoogdieren. Maar als een mens toevallig op het juiste moment langskomt, kan deze ook worden gezien als een geschikte gastheer.

De teek kan via de benen van een persoon omhoog klimmen en nestelt zich bij voorkeur in huidplooien, maar ook wel gewoon op een been of arm. Naast in het wild voorkomende zoogdieren, worden vooral honden, katten en mensen gebeten.

De beet van een teek

De teek zuigt bloed met een speciale steeksnuit (hypostoom). Dit is een van weerhaken voorzien steekapparaat, dat de teek in de huid brengt en waarmee hij zich verankert. Aan weerzijden van de steeksnuit bevinden zich de palpen die de steeksnuit beschermen wanneer deze niet wordt gebruikt.

Monddelen van de teek met de hypostoom en aan weerzijden de palpen
Steeksnuit van de teek

In het speeksel van de teek zit zowel een verdovende stof als een stof die de bloedstolling tegengaat. Hierdoor wordt de tekenbeet niet gevoeld, en kan de teek zich onmerkbaar ergens neerzetten. Een teek kan enige dagen tot wel een week lang op dezelfde gastheer blijven zitten.

Uit het laatste onderzoek naar teken in Nederland bleek van de onderzochte teken gemiddeld 23,6% geïnfecteerd te zijn met Borrelia burgdorferi. Een volwassen vrouwtjes teek die ziekteverwekkers bij zich draagt kan deze aan een deel van de eitjes doorgeven. De eitjes en de larven kunnen dus al geïnfecteerd zijn.

Maar de meeste teken raken geïnfecteerd door zich te voeden met geïnfecteerd bloed van een gastheer. Vooral de nimfen, die al een keer bloed hebben gezogen en dus een grotere kans hebben geïnfecteerd te zijn, vormen een groot risico voor mensen. Daar ze kleiner zijn dan de volwassen teken, worden ze makkelijker over het hoofd gezien.

Hoe langer een geïnfecteerde teek vastzit, hoe groter de kans op een infectie. Een teek moet daarom snel, maar wel secuur, worden verwijderd. Zie teken verwijderen voor informatie en tips over het verwijderen van teken.