home > informatie > huidige pagina

De waarde van de testen

Aan de bloedtesten wordt vaak veel waarde gehecht. Maar ze kunnen op zichzelf niet een diagnose maken of uitsluiten; ze zijn bedoeld ter ondersteuning.

Diagnose is meer dan alleen testen

De diagnose van Lyme-ziekte dient gebaseerd te zijn op de ziektegeschiedenis, de symptomen, de uitsluiting van andere ziekten, resultaten van onderzoeken en tests.
In vele gevallen kan slechts een combinatie van gegevens tot de (meest waarschijnlijke) diagnose leiden.

Testen geven alleen aanwijzingen

• DE ELISA/EIA en de Western Blot (WB) kunnen alleen antilichamen aantonen. Deze antilichamen zijn afkomstig van het immuunsysteem en niet van de bacteriën zelf, maar een reaktie daarop.

Dus: deze testen geven indirect aanwijzingen voor contact met de Lyme-bacterië.

• Test-uitslagen zijn nooit slechts negatief of positief en het hangt er ook vanaf wát positief of negatief is: ELISA of Western Blot, IgG of IgM, bloed of hersenvocht.

NB: De testuitslag op zichzelf kan niet zeggen of je wel of niet Lyme hebt!

Uitleg Western Blot

Bij de Western Blot gebruikt men een strook waarop antigenen van Borrelia burgdorferi (Bb) zitten. Ze zijn verdeeld over de strook op basis van hun massa. De getallen staan namelijk voor de massa, uitgedrukt in KDa. De p staat voor proteïne, antigenen zijn namelijk (meestal) proteïnes.

Als je bij de WB-uitslag bijv. de banden p41 en p34 hebt, dan hebben er zich op die plaatsen antilichamen aan de WB-strook gebonden. Niet alle banden hebben dezelfde waarde, want sommige banden zijn niet specifiek voor Bb.

NB: daarom wordt gelet op de aanwezigheid van specifieke banden.

Op de plaats van "band p41" kunnen zich antilichamen tegen antigenen van Bb binden, maar óók kunnen antilichamen tegen antigenen van andere pathogenen zich aan "band 41" binden.

Op de plaats van specifieke banden kunnen zich echter vrijwel alléén antilichamen tegen antigenen van Bb binden (tot zover bekend is).


Versie: 2013